De optimale lifecycle van hardware

Je kent het wel. Dat fijne moment wanneer dat snelle, gloednieuwe device op je werkplek staat. Je zet hem aan en alles komt vlug en soepel tot leven; heerlijk! De herinneringen aan applicaties die niet meer fijn werken, opstartproblemen en eindeloze frustraties zitten nog vers in je geheugen. Dat is nu verleden tijd!

In deze blogpost schreven we over de aanleiding voor het ontwikkelen van onze dienst Werkplek as a Service. Daarin bespreken we kort de optimale lifecycle van hardware. Waarom die vaak korter is dan vaak wordt aangehouden binnen organisaties, leg ik hier uit.

Snellere ontwikkeling dan beleidsaanpassing

Het is nu eenmaal zo dat technologische ontwikkelingen ontzettend snel gaan. Apps vergen steeds meer van systemen en onze eisen aan technologie worden steeds hoger. Het device dat je vandaag fantastisch vindt en dat vlekkeloos werkt, voldoet over twee tot drie jaar misschien al niet meer aan je wensen.

Gemiddeld ligt de termijn die je met zakelijke devices moet doen op vier tot vijf jaar. Dit is de periode waarin de gemiddelde organisatie het device financieel heeft afgeschreven. Veel mensen moeten dus langer doorwerken met hun device dan ze eigenlijk zouden willen. Dit is een probleem: de productiviteit van je werknemers daalt omdat het device niet meer voldoet en vaker met storingen te maken krijgt.

Waarom die lange afschrijvingstermijnen?

Waarom worden devices dan eigenlijk nog vaak pas na vier of vijf jaar afgeschreven? Bij veel bedrijven is er voor ict slechts één afschrijvingsperiode. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen  back-end hardware (opslag, servers en netwerken) en endpoint devices (laptops, desktops, telefoons etc). Back-end hardware vernieuwen vergt vaak grote investeringen, maar door middel van upgrades kunnen zowel de prestaties als de capaciteit vrij eenvoudig worden uitgebreid. Een afschrijvingsperiode van vier of vijf jaar sluit dan prima aan bij de levensduur van deze hardware. Voor endpoint devices is het veel minder gebruikelijk om uit te breiden met bijvoorbeeld extra intern geheugen of de harde schijf te vervangen. Het maakt een device vaak ook niet heel veel sneller omdat er andere bottlenecks zijn ontstaan. Upgraden heeft hier dus weinig zin.

Doordat endpoint devices zoals laptops intensief worden gebruikt en je ze overal mee naartoe neemt, stijgt het aantal storingen in het vierde en vijfde jaar significant. Als je het device dus voor die tijd vervangt, kan dat een kostenbesparing opleveren. IDC deed hier onderzoek naar en berekende dat de total cost of ownership maar liefst 24% lager kan zijn bij een lifecycle van drie jaar.

Wat is dan wel een optimale lifecycle?

Voor een endpoint device zou een afschrijvings- en gebruiksperiode van drie jaar beter aansluiten bij de optimale lifecycle. Een device van drie jaar kan vaak nog goed worden gebruikt in minder veeleisende omgevingen. Deze devices hebben nog voldoende restwaarde die door OGD wordt verrekend in de maandprijs voor Werkplek as a Service.

Mede door deze restwaardegarantie zijn de totale gebruikskosten (TCO) in een WaaS-model veelal lager dan in een koopmodel. Werkplek as a Service zorgt voor een tevreden medewerker met een goedwerkend device, een blijere ict-afdeling met minder storingen en een gelukkige financieel directeur met lagere en overzichtelijke kosten.

Later zullen we verder ingaan op de financiële voordelen, de praktische uitrol-voordelen en nog veel meer! Wil je nu vast in contact komen om te bekijken of Werkplek as a Service de oplossing voor jouw organisatie is?

  • martin van nijnatten

    IDC “sponsored by Dell” 🙂